KMP
KESTENBERG MOVEMENT PROFILE
Binnen de dans-bewegingstherapie is de KMP een wetenschappelijke methode om de betekenis van bewegingspatronen en observaties te noteren, analyseren en interpreteren.
Doel is om inzicht te verkrijgen in persoonlijke voorkeuren en vermijdingen in bewegingspatronen die op hun beurt weer corresponderen met de ontwikkeling, gevoelens, manieren van leren en het gedrag van personen. Deze voorkeuren en vermijdingen kunnen een match vormen of juist een botsing geven binnen de relationele contacten. Zoals binnen een kind-ouder relatie of tussen volwassenen.
Behalve de gedetailleerdheid van de observaties, kan de therapeut met alle bewegingspatronen werken tijdens een sessie. Afhankelijk van wat nodig is, worden kwaliteiten van de client versterkt of mogelijkheden gegeven te oefenen met patronen en ritmes om verandering mogelijk te maken.
************
Publicatie in Tijdschrift voor vaktherapie 3/2008
Met het oog op beweging
Internationale ontwikkelingen op het gebied van bewegingsanalyse
Een interview met Susanne Bender
Door: Ingrid Baart
“Beweging is altijd een proces”
Ruim een jaar geleden organiseerde Susanne Bender het driedaagse congres ‘Moving from Within’ om het twintigjarig jubileum van het Duitse ‘Zentrum für Tanz & Therapie’ in München te vieren. Samen met Sabine Koch stelde zij van de bijdrages een boek samen. In dit interview wisselen Susanne en Ingrid Baart van gedachten over bewegingsanalyse.
Ingrid: “Moving from Within’ was een internationaal congres met als thema bewegingsanalyse in onderwijs, therapie en wetenschap. Er werden vier belangrijke bewegingsanalyse-instrumenten gepresenteerd: De Laban Movement Analysis (LMA), de Kestenberg Movement Profile (KMP), de Movement Pattern Analysis (MPA) en de Movement Psychodiagnostic Inventory (MPI). Wat is het belang van bewegingsanalyse voor danstherapeuten? Welke verschillen zijn er tussen danstherapeuten en onderzoekers als het gaat om het gebruik van bewegingsanalyse?”
Susanne: ”Danstherapie zonder bewegingsanalyse is voor mij hetzelfde als een loodgieter zonder een tang. We hebben observatie-instrumenten nodig om een stevige basis te maken voor onze interventies. De KMP bijvoorbeeld , voortgekomen uit de Laban Bewegingsanalyse, is een observatie-instrument dat zich richt op de mentale ontwikkeling van kinderen en volwassenen. Het helpt ons om de psychologische, fysieke en emotionele leeftijd van patiënten te diagnosticeren. Zelfs als we niet veel weten over het leven van de patiënt, kunnen we hulpbronnen en conflictgebieden diagnosticeren en hem helpen om zijn sterke kanten te bekrachtigen en zijn problemen op te lossen.
Op het gebied van onderzoek hebben we nauwkeurige observatie-instrumenten nodig. Nieuwe technieken (video, split screen, slow motion) ondersteunen de observatie-instrumenten die we reeds hebben. Op wiskundig gebied wordt de LMA zelfs gebruikt om beweging(en) te berekenen voor videospellen en tekenfilms. De KMP is een bruikbaar instrument om de ouder-kind-interactie te analyseren en werd ook gebruikt in onderzoek naar de invloed van stress (bijvoorbeeld door Birklein & Sossin 2006) en postnatale depressie (Lier-Schehl, 2005) in de moeder-kind relatie. Daarnaast bevestigt onderzoek met de KMP dat kankerpatiënten profiteren van danstherapie (Mannheim, 2006). Beide terreinen vragen om therapeuten met een grondige training op het gebied van bewegingsobservatie. Ik hoop dat het congres mensen stimuleert om aanvullende trainingen te volgen.”
Ingrid: “Ik was onder de indruk van de levendige presentatie in zowel de lezing als de workshop van Warren Lamb. Als Rudolf Laban’s? meest toegewijde student, heeft hij het werk van Laban uitgebouwd en ontwikkelde hij de Action Profiler, nu bekend als de MPA. Het is een diagnostisch instrument waarin gewerkt wordt met de intentie van de beweging en de vorm van het lichaam in de ruimte (Effort/Shape) en hun Posture-Gesture-Merging (PGM) die betrekking hebben op het proces van keuzes maken (waarnemen, intentie, toewijding). Warren benadrukt hoe experientieel begrijpen van de dualiteit tussen intentie en vorm kan bijdragen aan de bestudering van beweging en gender, vooral in danstherapie. Voor mij is hij de belichaamde ziel van Laban’s? bewegingsanalyse en zijn notatiesysteem. Op 83-jarige leeftijd is elke spier van zijn lichaam levend en elke beweging betekenisvol. Hij zei: “Beweging is altijd een proces; om het levend te houden moet je het blijven vernieuwen”.
Susanne: “Warren Lamb is alleen al in zijn fysieke aanwezigheid stimulerend en bemoedigend om bewegingsobservatie intellectueel en fysiek op te pakken. Laban zelf was niet zo geïnteresseerd in het verband tussen beweging en psyche. Het waren Lamb, Kestenberg en al die anderen die de betekenis van beweging onderzochten. Lamb ontwikkelde de MPA welke niet alleen een waardevol instrument is in het beoordelen van sollicitanten in het bedrijfsleven, maar ook voor het vinden van hulpbronnen in onze patiënten. Zoals hij in zijn film toont, is hij heel precies in zijn observaties. Dat zou een voorbeeld voor ons moeten zijn. Dit is ook zoals Laban het bedoeld heeft: ‘Wees precies in je bewegingsobservaties, blijf nieuwsgierig naar beweging, je hele leven’.”
Ingrid: “Warren Lamb heeft een uitgesproken mening wat betreft de kernprincipes (Effort/Shape) van Laban’s? bewegingsanalyse. In het bijzonder wat betreft het gebruik van termen en technieken. Lamb zei in zijn lezing: Effort/Shape bepalen de beweging. Hierbij moet je de beweging zien als een proces. Het is dus de beweging als proces wat je observeert, niet het eindresultaat. In Duitsland zijn de meeste Engelse termen in het Duits vertaald. In ons land werken de meeste danstherapeuten met de Engelse terminologie en moeten we de woorden en de betekenis ervan vertalen voor collega’s die geen danstherapeut zijn. Vertalen heeft voordelen, maar misschien ook nadelen als we onze gezamenlijke, internationale taal verliezen als collega-danstherapeuten. Om welke redenen heb je de termen in het Duits vertaald en welke moeilijkheden kom je tegen?”
Susanne: “Ik ben het met je eens wat betreft de vertaalproblemen. We hebben een groep geformeerd om een eenduidige vertaling in Duitsland te gaan gebruiken. Zoals je zegt, we moeten sowieso vertalen als we met andere professionals praten. We willen vermijden dat ieder persoon zijn of haar eigen taal gebruikt en zaken minder helder worden en verwarring kan ontstaan. Daarom willen we een vertaling vaststellen die in Duitsland geaccepteerd wordt door iedereen. Zelfs Warren gaf ons enkele Duitse vertalingen die één van zijn klanten gebruikte om de MPA beter te begrijpen. Toch blijft Engels wel de taal die we gebruiken in internationale contacten en onderzoek.”
Ingrid: “Als student van Susan Loman die les gaf in de KMP, leerde ik niet alleen een nieuwe bewegingstaal en een nieuw observatiesysteem, maar merkte ik ook dat elk bewegingsanalysesysteem verweven is met Laban en op sommige punten ook dezelfde principes en parameters heeft. Zo zijn bijvoorbeeld de observaties van Judith Kestenberg, afkomstig van haar werk met kinderen en moeders. De nalatenschap van Laban is ook terug te vinden in het werk van Bartenieff en Davis (zestig verschillende bewegingspatronen) en zoals eerder genoemd in de MPA van Lamb. Kan je iets zeggen over de betrouwbaarheid van deze beoordelingsinstrumenten die elk een eigen benadering en toepassing vragen?”
Susanne: “Laban’s? werk is de kern van al deze observatie-instrumenten. Aangezien Kestenberg werkte met kinderen, zag ze meer in ontwikkeling zijnde bewegingspatronen dan Laban en Lamb in hun werk met gezonde volwassenen. Ik leg de KMP altijd uit als een observatie-instrument dat bijvoorbeeld van de Laban/Lamb afkomstige shape flow (verandering van vorm in relatie tot hoe je je voelt) onder een vergrootglas legt en deze differentieert. Martha Davis, aan de andere kant, werkte bijvoorbeeld met patiënten met een ernstige psychiatrische stoornis, wat leidde tot de ontwikkeling van de MPI. Dit instrument is alleen bruikbaar om bewegingspatronen van deze doelgroep te identificeren. Je zult de bewegingsparameters van de MPI niet bij gezondere mensen vinden. Ook al zijn deze instrumenten geen wiskundige/wetenschappelijke instrumenten en zijn ze voornamelijk gebaseerd op intuïtie en bewegingsbewustzijn, de betrouwbaarheid is een kwestie waar onderzoekers aan blijven werken. Van mijn eigen KMP-training herinner ik me dat we een studiegroep vormden met drie vakgenoten. Gezamenlijk bekeken we videobeelden en tekenden we grafieklijnen voor de ritmes en de tension flow kenmerken (verandering van bewegingskwaliteit in relatie tot wat je uitdrukt, bijvoorbeeld een bepaalde emotie). We waren erg gefrustreerd toen bleek dat onze lijnen totaal van elkaar verschilden. Maar na enige tijd van oefenen gingen de lijnen meer met elkaar overeenstemmen en kwamen we tot dezelfde resultaten.”
Ingrid: “Gedurende het congres was er grote belangstelling voor de docenten en onderzoekers in ervaringsgericht onderwijs en leren. Janet Kestenberg-Amighi sprak over een andere manier van leren en het begrijpen van interculturele leerstijlen met de KMP. Veel van wat we leren is moeten we eerst ervaren. Een baby leert bijvoorbeeld zich te concentreren of focussen door eerst het gevoel van een duim te hebben en vervolgens deze naar de mond te richten. Bij een volwassene zie je deze concentratie en gerichtheid terug wanneer je een draadje door een naald haalt. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling van de grove motoriek in spel naar de fijnere motorische vaardigheden in het schrijven of herinner je je het voorbeeld van het doorgeven van een ei op een lepel? Eerst is men dan erg voorzichtig bezig, maar als je je er eenmaal een mentaal plaatje van hebt gevormd wordt het gemakkelijker. Ook als je het eerst bij anderen hebt kunnen zien, is het gemakkelijker om de taak te doen. Echter onderwijzers zijn gefocust op cognitie. Ben je het met me eens dat de kennis van de KMP het inzicht in leerprocessen kan veranderen?”
Susanne: “Ja, vooral het aspect van pre-efforts (zijnde brug tussen ons gevoel en de omgeving, pre-effort kan gezien worden als een verdedigings mechanisme) als de inspanning om iets te doen en als een manier van leren, kan de leerkrachten helpen om op een meer efficiënte en individuele manier van onderwijs te geven. Het ene kind heeft meer overzicht nodig, terwijl het andere kind behoefte heeft aan vooral kennis. Dit inzicht helpt de leerkrachten te begrijpen dat er niet één manier is om te leren, maar verschillende manieren die allemaal op verschillende momenten effectief ingezet kunnen worden. Kirsten Beier-Marchesi is een onderzoeker en leerkracht uit Italië die de KMP gebruikt om haar lichaamsgebaseerde taalonderwijs te evalueren. In Movement Analysis. Bewegungsanalyse. The Legacy of Laban, Lamb, Bartenieff & Kestenberg (2007) is een artikel van haar hand te lezen, Emoties en het leren van een tweede taal. Hier gaat het over de rol van lichaamservaring en empathie in de klas. Ik heb zelf eens ieders leerstijl geanalyseerd binnen één van mijn danstherapie-traininggroepen. Dit hielp ieder om zich te organiseren in termen van tijd, omgeving, pauze, etcetera op een wijze die paste bij hun persoonlijke leerstijl.”
Ingrid: “Kun je mij tenslotte nog iets vertellen over de deelnemers van dit goed georganiseerde congres?”
Susanne: “Er waren 137 deelnemers uit twaalf verschillende landen waaronder tien Europese landen, Israël en Rusland en 23 presentaties door mensen uit Europa, de USA en Israël.
Wat me het meest bijblijft is dat ik me gevoed voelde, al de energie en intentie die we in het organiseren van het congres hadden gestoken kwam tot leven in alle enthousiaste deelnemers. Ik denk dat het me gelukt is om de balans te vinden tussen professionele training en wereldwijde communicatie. Het is zeer de moeite waard geweest.”
Ingrid: “Susanne, hartelijk dank voor je tijd en de gelegenheid om ideeën en gedachten uit te wisselen over bewegingsanalyse.”
Literatuur
Birklein S., M.K. Sossin (2006). Nonverbal indices of stress in parent-child dyads. Implication for individual and interpersonal affect regulation and intergenerational transmission.: In S.C. Koch & I. Brauninger (eds.) Advances in Dance/Movement Therapy. Theoretical Perspectives and Empirical Findings, Berlin: Logos Verlag.
Dell, C. (1993). A Primer for Movement Description. Using effort-shape and supplementary concepts. Revised edition. New York: Dance Notation Bureau Press.
Kestenberg-Amighi, J., S. Loman, P. Lewis & K.M. Sossin (1999). The Meaning of Movement. Developmental and Clinical Perspectives of the Kestenberg Movement Profile. OPA Overseas Publishers Association: Gordon and Breach Publishers. London: MacDonald and Evans.
Koch, S.C. & S. Bender (eds.), (2007). Movement Analysis. Bewegungsanalyse. The Legacy of Laban, Lamb, Bartenieff & Kestenberg. Tweetalig, Engels en Duits. Berlin: Logos Verlag. (www.logos-verlag.de)
Lier-Schehl, H. (2005). Bewegungsausdruck als Bindungsmuster zur Diagnostik einer Mutter-Kind-Dyade. In: Forum Tanztherapie, Deutsche Gesellschaft für Tanztherapie, XXV, 28-38.
Mannheim, E.G., J. Weis (2006). Dance/Movement Therapy with cancer
inpatients: evaluation of process and outcome parameters. In: S.C. Koch, & I. Brauninger (eds.) Advances in Dance/Movement Therapy. Theoretical Perspectives and Empirical Findings, Berlin: Logos Verlag.
North, M. (1990). Personality Assessment Through Movement. London: MacDonald and Evans.